Voerman sr.

Ik ga een oud blog omhoog halen.

  • omdat ik vandaag een lange werkdag had
  • er vanavond blogpraat is
  • ik mijn dochter help met proefwerkweek (meiose I, mitose, en meer spul dat ik totaal vergeten ben, zoals anafases en metafases, zelfs teelballen kwamen voorbij, nee, geen melding kindermishandeling nodig)
  • ik dit weekend werd gebeld door Hattem TV, omdat ze bezig waren met een item over mijn overgrootvader: Jan Voerman Sr. (zie hier voor de uitzending)

En daar had ik al een keer een blog over geschreven. Ik mocht n.l. de opening doen van “Voermans Paradijs”.  Dat was een overzichtstentoonstelling van ter gelegenheid van zijn 150e geboortejaar, in het Voerman museum in Hattem.

Ik heb de volgende toespraak gehouden:

Voermans Paradijs.

Voordat ik mijn verhaal begin wil ik u graag een schilderij laten zien dat bij mij thuis boven de bank hangt. Een schilderij waar ik veel plezier van heb.
Als deze tentoonstelling Voermans paradijs is, dan laat dit schilderij “THE MAKING OF.. “ zien:

Dit schilderij is een studie .
Het is in het veld gemaakt. De studie werd in het atelier gebruikt om het schilderij te maken.
Voerman had de horizon al geschilderd toen hij twee bootjes zag die hij wilde vastleggen. Dat kon best in de luchtpartij omdat hij de wolken in zijn schilderijen toch uit zijn hoofd schilderde.

“Die wolken zijn in werkelijkheid nooit zo, zo ben ik van binnen.”

“Bloeiende stad”

Wereldvreemd

Jan Voerman liep waarschijnlijk als jongen al met zijn hoofd in de wolken. Met zijn gedachten ergens anders. In een wereld die mooier is dan de werkelijkheid. Zo opgaand in zijn belevingswereld dat hij, letterlijk in het vuur van zijn spel,  één van de antieke scheepsmodellen van de familie Tholen in de brand had stak. Hij mocht voor staf niet meer bij de Tholens thuiskomen. Hij heeft ook eens per ongeluk een aantal antieke borden van de schoorsteenmantel gestoten. Zijn oom Aalt heeft toen direct nieuwe borden bij een antiquair gehaald en alles in orde gebracht zodat er niets aan de hand leek.

Jan is ook tot drie keer toe de sloot in gegooid door jongens uit zijn klas. Een buitenbeentje, zo één waarvan de leraar gezegd zou kunnen hebben: “Ik weet niet wat ik aan hem heb: De ene keer maakt hij een zeer scherpzinnige opmerking, de andere keer weet hij niet eens waar het over gaat.” Tegenwoordig zou hij misschien getest zijn op ADHD, ADD , hoogbegaafdheid, NLD of PPDNOS of welke categorieën we nu hebben om kinderen te beschrijven die niet helemaal in de pas kunnen lopen.

Als hij geen reddende engelen had, zoals oom Aalt (en natuurlijk de ouders van Jan Voerman, die zo verstandig waren hun zoon het kunstenaarspad te laten bewandelen) zou hij misschien een zonderlinge boer zijn geworden die zo aardig kon tekenen.

Inspirators

Een andere reddende engel is de leraar Belmer geweest, die “leven blies in de muffe boel” (de school van de jongens), zoals vriend Willem Bastiaan Tholen later zou schrijven. Voerman heeft het mede dankzij deze mensen voor elkaar gekregen om het paradijs in zijn hoofd gestalte te geven.

Ik geloof dat Anna Verkade ook een engel is geweest voor Jan Voerman. De schilder die steeds met zijn schilderijen in zijn hoofd liep en niet zo’n gezellige echtgenoot geweest moet zijn. Anna heeft ook in hem geloofd en heeft zijn sociale kant voor haar rekening genomen. Dat het huis van Voerman zo’n fijne plek was waar velen graag over de vloer kwamen is denk ik vooral aan haar te danken.

Over dat geloof, dat vertrouwen wil ik wat dieper ingaan. Want aan dat geloof hebben we dus dit stukje paradijs te danken.

Vertrouwen schenken

Dat vertrouwen, dat geloof, is niet zo voor de hand liggend. Iemand gaat een andere kant op dan wat iedereen tot dan toe gedaan heeft en de eerste neiging is om te zeggen: “Hé, je gaat verkeerd. Deze kant op!”

Het paradijs dat we nu mee kunnen beleven in deze tentoonstelling is mogelijk doordat er mensen waren die in Voerman geloofden, nog voordat Voerman daar zelf in geloofde. Oom Aalt liet met kaartspelen de kleine Voerman in de kaart kijken en vroeg hem om raad. Vervolgens speelde hij ook echt volgens de aanwijzingen van Jan. En uiteindelijk heeft oom Aalt het financieel mogelijk gemaakt dat Jan Voerman naar de kunstacademie kon gaan.

Dat soort vertrouwen is moeilijk.

DE COACH EN DE ENGEL

Ik kan het weten, want ik heb op het arbeidsbureau gewerkt. Ik moest mensen weer aan het werk helpen. Veel van deze mensen hadden heel onrealistische ideeën over wat ze konden gaan doen. Het was mijn werk om die mensen weer een beetje op het rechte pad te wijzen. Een beetje realiteitszin bij te brengen, en ze laten inzien dat een baan niet altijd meteen een droombaan hoeft te zijn. Ik werd daar zo goed in dat ik misschien Voerman sr. Als hij was langs gekomen ook wel had kunnen overtuigen dat hij maar gewoon boer moest worden. Tekenen kun je dan altijd nog in je vrije tijd doen.

Ik deed zo mijn werk, totdat ik een wel heel bijzondere klant kreeg. Een man in gescheurde, vieze kleren. Een moeilijk bemiddelbare klant, heette dat in vaktermen: Fase IV, er waren maar vier fases.
Zoals altijd begon ik hem te vragen te vertellen wie hij was en wat hij wilde.

Hij vertelde dat hij een engel was. ‘Ik ben een engel met een speciale opdracht van God. Ik ben alleen onderweg mijn vleugels kwijtgeraakt, en toen ben ik gevallen, heb mijn kleren gescheurd, een groot deel van mijn geheugen ben ik kwijt, ik weet mijn opdracht niet meer, maar het ergste van alles is dat ik zichtbaar ben.’ Help, dacht ik, maar ik besloot nog even toch even door te vragen: ‘waarom is het zo erg dat je zichtbaar bent?’ ‘Nou, als ik onzichtbaar ben zien ze niet wat ik niet ben’.

Dan vraag ik wat wil en wat hij kan, om samen te zien voor welk beroep hij geschikt is. Het enige dat ik uit hem krijg is dat hij een reddende engel wil zijn. En dat zijn enige probleem is dat hij zijn opdracht is vergeten. Of ik hem daarmee wil helpen.

De komende afspraken met deze man zijn een verzoeking. Ik kan hem met de beste wil van de wereld niet overtuigen dat hij zich eerst eens moet opknappen en dan misschien eens een automatiseringscursusje moet doen om te leren werken met computers, want hij had naar mijn computer gekeken alsof hij er nog nooit een had gezien.

En na vele gesprekken, waarin hij steeds terug komt op het willen helpen van anderen, terwijl hij zichzelf niet eens kan helpen gebeurt het. Misschien was het laat en was ik moe. Misschien is dat de verklaring.

Ten einde raad vroeg ik nog eens: wie ben je nu echt? De man vroeg: “Wil je dat echt weten?” Ja, zei ik. En op dat moment meende ik het ook. Toen drong het pas langzaam tot me door. Hij had het al die tijd gezegd. Misschien was hij wel écht een. . . Ik keek nog eens naar de man. Hij glimlachte naar mij en werd langzaam maar zeker doorzichtig. De glimlach verdween als laatste, tenminste die glimlach was het laatste wat ik me herinnerde. Hij zei nog: “dankjewel en was verdwenen.”

In de hemel in het paradijs, kwam de engel weer terug. Zijn vleugels waren ook weer heel. Maar nog steeds wist hij niet wat zijn opdracht was. Dat was dus het eerste wat hij vroeg. Het antwoord was: “Je opdracht was om iemand te leren om in anderen te geloven.”

Geloven in iemand is ook: zien wat anderen niet zien, of nóg niet zien.
Volgens mij ligt daar een belangrijke taak van het Voermanmuseum. Naast het bewaren en tonen van de geschiedenis, meewerken aan de toekomst door jonge kunstenaars een kans te geven. Ik ben ook trots dat er een museum bestaat, waar ik in naam aan verbonden ben. Ik wil van deze gelegnheid ook gebruik maken om de medewerkers van dit museum te bedanken. Ik wens ze toe dat zij vaak zullen zien wat anderen nog niet hebben gezien.
Zoals Oom Aalt heeft het gezien heeft. Zoals Belmer, en Anna Verkade hebben het gezien hebben.
Het paradijs is er wel, maar je moet het kunnen zien. Je moet kunnen zien wat anderen niet of nóg niet zien.

Zo kon Voerman laten zien wat niemand anders zag. “Die wolken zijn in werkelijkheid nooit zo, zo ben ik van binnen.” En vervolgens laat Voerman het ons zien. Die schilderijen laten ons meekijken, en zo zien wij het ook. De wereld is veel mooier dan hij is. Laten we zo Voermans paradijs gaan bekijken.

Over jjvoerman

Jacob Jan Voerman. Leraar op de Vallei. Een school voor natuurlijk leren. Schrijver, verteller en theatermaker. Meer? Ik woon in Wijchen met mijn vrouw. Twee kinderen de deur uit, en twee nog lekker thuis. Ik ben een aantal jaar geleden slechthorend en uiteindelijk doof geworden. Ik hoor nu met een Cochleair Implantaat. Sinds zomer 2014 ben ik actief op de Democratische School de Vallei.
Dit bericht werd geplaatst in schoonheid. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s